Opdracht

Geschreven door: | Gepost op: | Categorie:

Vrieeend,

Het was twintig over elf toen ik onze stoffige tuinweg afreed en beneden naar links de weg richting Saint Maximin opdraaide. Ik passeerde het landgoed van Conillière en, iets verder, de geitenboerderij van Cortez. Eens het bosje uit, kwam ik in de bewoonde wereld waar zich een eind voorbij de woonwijken met hun ommuurde tuintjes de winkels bevinden, daar waar men brood en wijn kan kopen. Ik maakte een tussenstop bij de glascontainer en ontdeed me haastig van wat lege flessen. Een fles waar geen drank meer in zit, verliest haar bestaansrecht en die gaat er wat mij betreft zo snel mogelijk uit. Ik hoop dat ze mag reïncarneren als een toiletraampje, of beter nog, als een nieuwe fles mét inhoud. ‘RIP fles”, sprak ik zacht en duwde haar door het voor haar bestemde gat haar laatste rustplaats in. Ik hoorde iets breken. Maar het was niet mijn hart. Niet vandaag.

Ik had een missie. Dus stapte ik snel weer in en zette mijn weg voort. De airco begon koude lucht te blazen. Ik zette ‘m uit en deed het raampje open. Dat is zoveel aangenamer en je ruikt tenminste eens iets anders dan je eigen lichaamsgeur. De klok tikte, het was bijna middag en dat is in Frankrijk nog steeds een ijkpunt. Rond tien voor twaalf zit de gemiddelde Fransman met zijn gedachten reeds bij de menukaart van de bistro waar hij straks zal gaan lunchen. De horeca is momenteel nog steeds op slot, maar er zijn nu eenmaal tradities die je er in dit land zelfs niet met een knuppel uitgeklopt krijgt.

Er schoof een veldje vol klaprozen voorbij. Op zo’n lap grond kan je een half dozijn koeien echt gelukkig maken: ruim, rustiek, georiënteerd op het zuid-westen met aan de rand wat boompjes die voor schaduw zorgen. En dan die bloemen… Dit is de Ieperse Menenpoort tijdens een feestelijke herdenkingsdag, maar dan in overdrive. Er stonden tussen het groen vijfduizend rozen te klappen zoals enkel een klaproos tussen het groen oorverdovend kan staan klappen. Misschien waren het er tienduizend of twintigduizend. Dat kan ook. Bijna was ik gestopt om ze een applausje te geven en wat mee te klappen. Maar niet nu. Het duurde een volle minuut eer ik er voorbij was, waarna de Mont Aurelien in mijn ooghoek verscheen. Een buizerd klapwiekte loom voorbij.

Ik had dan wel andere dingen te doen, het is niet verboden om onderweg te genieten van het natuurschoon. Toch?

Rond vijf voor twaalf ramde ik de deur van de apotheek op de Boulevard de la République open. Het was nipt, maar nog steeds binnen de wettelijke limieten van het sluitingsuur. Dus liep ik meteen door naar de toog om mijn bestelling door te geven. De man achter de toonbank bekeek me met het ongeduld van de filatelist die net het postkantoor verlaat en nu snel naar huis wil om zijn nieuwe vondst onder een vergrootglas te gaan leggen. Even dacht ik dat hij een pistool zou tevoorschijn halen om me ter plekke mee af te schieten. Een seconde lang stonden we als twee gemaskerde wassen beelden tegenover mekaar. Maar hij gooide slechts met een verachtelijk gebaar het doosje pilletjes waar ik om had gevraagd op het namaakgraniet van zijn contoir en keek ostentatief naar de deur. Ik begreep de hint en maakte me uit de voeten.

Buiten deed ik mijn mondmasker af en zette ik mijn retro zonnebrilletje op. Ik nam mijn gsm en belde naar Mia. ‘Opération Dafalgan accompli’, zegde ik en legde af. Mia zou nu de dossiermap “Opération Dafalgan” uit de brandkast halen en er met geweld de rode stempel “ACCOMPLI” op meppen. Mijn schouders ontspanden zich. Ik had nu ruim de tijd om pastinaak, andijvie en persappelsienen te gaan kopen bij de groenteboer. Die had een afwijkende economische visie en bleef gewoon open onder de middag.

‘Heb je nog pastinaak?’, vroeg ik aan onze groenteboer. Hij bekeek me alsof ik uit een ander land kwam, België of zo, en antwoordde, ‘le saison est terminé monsieur’. Hij moet mijn teleurstelling hebben opgemerkt want hij fluisterde er meteen achteraan, ‘Ik kan je gratis wat platte peterselie geven’.’Laat maar zitten, die pastinaak en die peterselie, ik zal het met een paar wortels oplossen’, zei ik. Ik rekende af en keerde terug naar de parking vooraan. Ik stuurde snel een sms naar Mia: “Opération chicon accompli”. In gedachten zag ik Mia naar haar stempeldoos grijpen.

Ik twijfelde even of ik naar de carwash zou rijden. En tanken... dat was ook alweer geleden van februari. Maar de tank was nog halfvol. Leve de lockdown, zuiniger krijg je ‘t niet. De Intermarché dan maar. Om bier en waspoeder te scoren. Ik vertrok en sneed een andere wagen de pas af. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik wat wagens kopstaartbotsen. Niet mijn probleem. Ik hoopte dat het allemaal Renaults zouden zijn die daar aan hun einde kwamen. Die zitten in slechte papieren omdat hun CEO geld heeft achterover geslagen. Je kent het wel, de wereld van in drieën gevouwen klunzen die ons aan het lachen proberen te brengen maar inmiddels de kas leeg graaien. De verkoop van Renault moet nu dringend naar omhoog, ik heb dus een goede daad gedaan.

In de Intermarché vond ik snel wat ik nodig had. Ik heb die plattegrond in mijn geheugen en kan er met gesloten ogen mijn inkopen doen. Een doos waspoeder van Le Chat: check. Vuilniszakken van dertig liter: check. Twaalf flesjes Fada Blanche: check. Een Caprice des Dieux (emballage familiale): check. Afrekenen, buiten, email naar Mia over een beveiligde VPN: “Opération le Chat accompli”. Stempelen maar, baby.

Ik besloot naar huis te rijden, ik voelde me plots doodmoe en was toe aan een drankje. Ik draaide de Rue St-Jean in en nam vervolgens de Avenue du 14 Juillet om eventuele achtervolgers af te schudden. Ik stak binnendoor via de Chemin de la Chapelle de St-Pierre en les Sources Bénis om langs de achterkant van de camping municipal uit te komen bij de Chemin de Counillière. Het was dertien uur, achttien minuten en zes seconden inmiddels. Ik voelde aan mijn water dat ik het zou halen. Ik reed langs de wijngaard en hoorde de sproeiers mist spuiten. Ik kreeg er gratis een regenboog bij. Ik belde naar Mia. ‘Ik ben er over twee minuten en dertig seconden. Zet een pastis klaar en leg mijn bijltje op de trap’.

Ik maakte een stofwolk en kwam bruusk tot stilstand naast het huis. Mia wachtte me op, het groene godendrankje waar ik om had gevraagd in de hand. Ze reikte het me aan en ik sloeg het in één teug binnen. Ik greep naar mijn bijltje. ‘Wat ga je doen?’, riep Mia verschrikt uit. ‘Slangen’, zei ik. ‘Ik zag laatst een nest bij de oude ruïne. Ik ga die krengen de kop afslaan. Als ik niet terug ben om veertien uur twintig, verwittig dan de brandweer. En zeg tegen onze kinderen dat ik van ze hou, meer dan, dan...’. Ik kreeg het er even niet meer uitgeperst. De ruwe bolster met de blanke pit en dat soort dingen.

Ik was thuis om veertien uur achttien met een groenig slijm op mijn kleren en begon aan een brood. Deeg handmatig kneden: twintig minuten. Veertig minuten laten rijzen onder folie (tijd om snel iets te eten en nog een halve meter pastis te elimineren). Ovenschaal invetten, oven voorverwarmen, deeg plat slaan en nog eens veertig minuten laten rijzen. Tussendoor afwassen en beginnen aan het voorgerecht voor vanavond. Brood in de oven: vijfendertig minuten aan tweehonderdtwintig graden. Tijd om de dossiers na te kijken en op te bergen in de brandkast. Prima, Mia heeft dat perfect afgestempeld.

Het avondeten. Ik beperkte me uitzonderlijk tot vier gangen. Ik weet niet wat het is, maar er speelt een onbestemde vermoeidheid. Zou ik besmet zijn geraakt met een radioactieve stof? Straks de geigerteller even raadplegen, je weet maar nooit.

Mia dekte de met kaarslicht verlichte tafel en liet een flesje Chambertin chambreren. Ik kleedde me om voor het avondeten. Ik koos voor de gelegenheid een crèmekleurig linnen pak met een donker hemd en suède schoenen. Geen das vanavond, we houden het informeel. Terwijl er werd getoast ging de zon onder, zo zacht als een oma die een slaapliedje zingt voor haar kleinkind. ‘Als je het niet erg vind, kruip ik onder de wol’, zei ik, ‘ik wil morgen eens een hartig woordje wisselen met dat everzwijn dat onze tuin omwoelt en daarvoor wil ik fit zijn. Of wilde je vanavond nog wat gaan gokken in het casino van Monaco?’

Ach die weekdagen, ze gaan zo snel voorbij.

Via dit formulier kan je me een persoonlijk berichtje sturen
Schrijf me in op de blog en stuur me een bericht als er een nieuwe brief is

Volg de blog via RSS Feed

Via RSS Feed kan je op de hoogte blijven van nieuwe posts in deze blog. In je browser installeer je hiervoor een kleine extensie. Voor Chrome bijvoorbeeld vind je die hier. Voor Safari kan je deze installeren, en voor Firefox heb je een keuze aan RSS Feeders via deze link.

2081 Chemin de Counillière
83149 Bras
France

© Hans Lengeler 2020
Update 2022
www.webdesign-prepress.com

Deze site gebruikt 1 cookie om het aantal lezers te meten. Ce site utilise 1 cookie pour mesurer le nombre de visiteurs.