Zwervers

Geschreven door: | Gepost op: | Categorie:

Vrieeend,

Ik heb de leeftijd bereikt waarop je gaat mijmeren. Bevind ik me nu reeds ten noorden van de noordpool of zit ik nog steeds in de pudding van mijn leven? Ik hoop op het laatste. Dat geeft me nog even tijd vooraleer ik mijn dagen begin te vullen met het overpeinzen van de vlucht van de truffelvlieg of de treurigheid van afgelegen eilanden. Het soort ongerijmde gedachten dat je krijgt als je je bevindt op de grens van slapen en waken, begrijp je? Oudere mensen verliezen zich daar nogal eens in. Al ben ik nog niet écht oud natuurlijk.

Onze buurvrouw, Génévieve, zegde het me afgelopen zondag nog: ‘Hams (ze noemt me Hams en ik corrigeer haar niet), toi, tu es une personne cérébrale’. Haar man, Stéphane, is een duvel doet al, die mens kan werkelijk àlles met zijn handen. Maar Génévieve ziet me tijdens haar bezoekjes vaak achter mijn scherm zitten werken en observeert me dan vanachter haar tas koffie die we haar gewoontegetrouw aanbieden. Zij kan het weten.

Génévieve groeide op in het arme deel van Marseille. Ze woonde in een appartement waar het altijd druk was met zwangere tantes die recepten uitwisselden, bekvechtende broers en zussen, neven en nichten die binnen en buiten liepen, een ruftend hondje en grootouders die de beschieting van Marseille hadden overleefd en hieraan een levenslange haat tegen de nazi’s hadden overgehouden. Ik beeld me in dat haar wijk bevolkt was met worstelaars in gestreepte badpakken met broes op de lippen als zij het razend gevecht aangaan, bedrogen goochelaars met vergrijsde hoge hoeden die ruiken naar rotte duif, gewichtheffers met ingevette krulsnorren, Corsicanen die stiletto’s in hun hemdsmouwen verbergen, waarzegsters die de geheime betekenis van de Tarotkaarten begrijpen en aangespoelde vissers uit Genua die hun laatste duiten hebben verbrast in het bordeel en nu rondhangen in duistere stegen in afwachting van beterschap. 

De kinderen speelden buiten en werden straatwijs. Ze hingen rond in de haven waar zij werden weggejaagd door ruwe arbeiders die geen pottenkijkers verdroegen. ’s Zomers sprongen zij van de rotsen bij de Pharo in zee. De jongens en meisjes speelden het spel van aantrekken en afstoten, en de durvers maakten indruk door vanaf de hoogste punten te duiken met het hoofd naar beneden.

Eén keer per jaar deden de vrouwen ter boetedoening kekererwten in hun schoenen en namen de steile weg naar Notre-Dame de la Garde om bij la Bonne Mère een beter leven af te smeken en bescherming te vragen voor de vissers die voorbij Chateau d’If de zee opvoeren om te gaan vechten met zwaardvis en tonijn.

Génévieves jeugdvriendjes waren naaistertjes en dokwerkers in spé. Ofwel werd je hard en had je een kans, ofwel zocht je je heil elders. Génévieve zag teveel geweld en vertrok. Nu is zij onze buurvrouw. Ze belichaamt het concept ‘solidariteit’, iets wat zij dagelijks in de praktijk brengt. We kunnen haar alles vragen. Het is een authentieke schat van een vrouw. En haar man, Stéphane, is uit hetzelfde hout gesneden.

‘Hams, toi, tu es une personne cérébrale’, zegde ze en ik denk na over wat ik haar kan bieden in ruil voor de vriendschap die zij ons biedt. Het is zondagmiddag en we zitten samen aan tafel bij Marie, onze overbuurvrouw, die voor ons allen een middagmaal heeft bereid. ‘Weet je wat’, zeg ik, ‘ik kan geen huizen bouwen maar als je eens niet kan slapen zal ik jou verhaaltjes komen vertellen tot je rustig wordt’. ‘Solidaritéééé!’, roept Génévieve. En ik weet dat mijn voorstel is goedgekeurd.

Vandaag is Marie gastvrouw. Ze heeft zich een robot gekocht waarmee ze eten kan stomen. Ze doet àlles met haar ‘machine à la vapeur’ en ze hoopt dat het ons zal smaken want ze woont alleen in haar houten chalet en kookt maar zelden voor gasten. Ze dribbelt door haar kleine keuken en het valt me op dat terwijl ik neerzit en zij rechtstaat we ons op ooghoogte bevinden van mekaar. Marie is klein van stuk.

Marie is een dochter uit de Vogezen. In haar wereld werden huizen in vakwerk of hout tegen de granieten bergen aangebouwd en het rook er naar melk en kaas. Vanuit haar slaapkamer kon zij de kop van de Grand Ballon zien liggen en als het niet sneeuwde, regende het. Ze vond het te koud daar, het land én de mensen, en ze vertrok naar het zuiden met een diploma van de middelbare school op zak. Hier leeft ze tussen haar dieren, wiens taal ze spreekt. Alle verloren gelopen katten en honden neemt ze in huis. Oude kreupele paarden redt zij van de slacht en laat ze rustig oud worden in haar stukje tuin. De eitjes van haar kippen verdeelt ze onder haar buren, en dat zijn behalve wij, Génévieve en Stéphane. 

‘Ik ken je jongste zus’, zegt Marie. ‘Haar dochtertje zat een paar zomers geleden nog op de rug van mijn paard. Kijk, ik heb er nog foto’s van. En nu wonen jullie hier, voor altijd misschien wel.’

‘We zijn allemaal zwervers’, zeggen we tegen mekaar, ‘aangespoeld in Bras, elk met ons eigen verhaal’. ‘En dat ze verdomme de straat niet repareren, geen stadswater tot hier brengen, geen riolering aanleggen. We kakken gewoon in de tuin, net zoals de everzwijnen’, zegt Marie. ‘We roepen onze eigen republiek uit, onze eigen vrijstaat. Liberté, égalité, fraternité…’. ‘Et solidaritéééé!’, roept Génévieve nogmaals. We heffen het glas, opnieuw, en klinken op ons zonet opgerichte land en haar bewoners en we besluiten dat we geen vlag en geen naam willen.

Via dit formulier kan je me een persoonlijk berichtje sturen
Schrijf me in op de blog en stuur me een bericht als er een nieuwe brief is

Volg de blog via RSS Feed

Via RSS Feed kan je op de hoogte blijven van nieuwe posts in deze blog. In je browser installeer je hiervoor een kleine extensie. Voor Chrome bijvoorbeeld vind je die hier. Voor Safari kan je deze installeren, en voor Firefox heb je een keuze aan RSS Feeders via deze link.

2081 Chemin de Counillière
83149 Bras
France

© Hans Lengeler 2020
Update 2022
www.webdesign-prepress.com

Ik gebruik 1 cookie om het aantal lezers te meten. Okee?